VERZAMELDE MEDIA BERICHTEN 

 

Elsevier april 2008, 

Kennis en Cultuur, medicijnen, Josť van der Sman

 

Als een publieke service aangeboden door het Nederlands Comitť voor de Rechten van de mens (NCRM)

 

WEG MET PROZAC

Antidepressiva werken niet. Zoek daarom liever andere oplossingen om uit een dip te komen.

 

     
 

Mensen die niet lekker in hun vel zitten, zich somber en neerslachtig voelen,  kunnen beter geen antidepressiva slikken. Die helpen namelijk niet of nauwelijks beter dan een neppil, maar hebben wel allerlei bijwerkingen. Er zijn betere manieren om uit een dip te komen en de stemming duurzaam te verbeteren.

 Dat is de nuchtere conclusie die kan worden getrokken na jarenlange discussies over en onderzoeken naar de effectiviteit van de nieuwe generatie antidepressiva, de zogeheten selectieve serotonineheropnameremmers (SSRIís). Een debat dat recent weer oplaaide toen Irving Kirsch van de Britse Hull University bekendmaakte dat vier van deze middelen, te weten fluoxetine (Prozac), Paroxatine (Seroxat), veninfacine (Efexor) en nefacodone (wordt niet in Nederland voorgeschreven), niet beter werken dan een placebo.

 Kirsch had nogeens alle onderzoeken onder de loep genomen naar de effectiviteit van deze middelen, zoals die door de fabrikanten bij de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) waren ingeleverd voor de aanvraag om ze te mogen verkopen. In die onderzoeken wordt onder andere verplicht het verschil in effectiviteit tussen het betreffende middel en een placebo onderzocht. Wat bleek, alles bij elkaar opgeteld was er eigenlijk nauwelijks een verschil te vinden. Grofweg blijkt ongeveer de helft van de depressiepatiŽnten baat te hebben bij ťťn van deze antidepressiva. Maar de helft voelt zich ook beter na het slikken van neppillen. ďvergeleken met een placebo, bieden deze antidepressiva geen klinisch significante verbeteringen bij patiŽnten die aanvankelijk een milde of zelfs zeer ernstige depressie hebben,Ē schreef Kirsch eind februari in de wetenschappelijke publicatie PLoS

 Medicin

Hoewel zijn conclusie wereldnieuws werd, is hij beslist niet de eerste persoon met kennis van zaken die ernstige twijfels uit over nut en werkzaamheid van de SSRIís. In januari dit jaar verscheen in het vakblad The New England Journal of Medicin een artikel over een onderzoek naar 74 antidepressiva studies in het archief van de FDA. Daaruit bleek dat de studies die een minder gunstig beeld schetsen van de werking van antidepressiva nooit werden gepubliceerd in vakbladen. Artsen krijgen vooral studies te lezen die een rooskleuriger beeld geven. Een vertekening van de werkelijkheid dus. 

Nog iets verder terug in de geschiedenis. Het Nederlandse vakblad Medisch Contact publiceerde eind november 2005 een artikel onder de kop: ďTwijfels over SSRIís.Ē De boodschap in de onderkop luidt: ďAntidepressiva bieden geen soelaas bij depressies.Ē

In het artikel stelt hoogleraar psychiatrie David Healy van de Cardiff University dat niet alleen de effectiviteit van SSRIís wordt overdreven maar dat zelfs de veronderstelling waarop deze medicijnen zijn gebaseerd, namelijk dat een depressie wordt veroorzaakt door een tekort aan serotonine in de hersenen, onbewezen en twijfelachtig is. ďIk breng geen nieuws als ik beweer dat de serotoninehypothese niet deugt,Ēaldus Healy

 

De Britse psychiater Joanna Moncrief die al eerder verschillende effectiviteitonderzoeken bekeek en een vernietigend oordeel velde, stelt in dit artikel onomwonden ĎDokters zouden hun patiŽnten moeten vertellen dat antidepressiva geen klinisch relevant effect hebben en dat ze wellicht zelfs geen enkel effect hebben. Ze moeten hun patiŽnten ervan proberen te overtuigen dat ze beter kunnen vertrouwen op niet farmacologische maatregelen.

Als artsen al geneigd zijn om hun patiŽnten deze feiten te melden, dan is dat in elk geval niet te merken aan de verkoopcijfers. Antidepressiva worden overal ter wereld, waaronder Nederland, grif verkocht. Ook in 2007 is het gebruik, volgens een schatting van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) weer met 7 procent gestegen.Werd tien jaar geleden door de apotheker 2,9 miljoen keer een antidepressivum verstrekt, in 2007 is dat waarschijnlijk 6,2 miljoen keer gebeurd.

Hoewel het gebruik van SSRIís door jongeren sterk wordt afgeraden omdat het kan leiden tot agressief en suÔcidaal gedrag, is het aantal jonge gebruikers tot 21 jaar in 2007 gestegen naar 8.500. Waarom mensen een antidepressivum krijgen voorgeschreven is niet bekend. Het gaat lang niet altijd om een depressie. Artsen schrijven de middelen ook voor bij andere psychische stoornissen zoals angstgevoelens, dwangmatig gedrag, eetstoornissen, verslavingen en sociale fobieŽn, oftewel extreme verlegenheid.

 Bijsluiters

 Ze gaan als snoepjes over de toonbank. Maar het zijn beslists geen snoepjes, weet iedereen die de bijsluiters leest. SSRIís mogen dan niet effectief zijn in het bestrijden van typische depressiesymptomen, ze doen wel degelijk iets in het lichaam wat allerlei andere onbedoelde effecten sorteert. Tot de bekende mogelijke bijwerkingen van SSRIís behoren: hoge bloeddruk, hoofdpijn, misselijkheid, braken, transpiratie, nervositeit, duizeligheid, onrust, slapeloosheid, constipatie, gebrek aan eetlust, beverigheid, seksuele stoornissen en afkickverschijnselen bij stoppen. Hoe vaak deze bijwerkingen optreden hangt natuurlijk af van het middel, de patiŽnt en de duur van de kuur.

Ze zijn in elk geval niet zeldzaam, zo blijkt uit een onderzoek onder 1.001 Nederlandse patiŽnten die antidepressiva gebruiken. Daaruit kwam naar voren dat 47 procent last van bijwerkingen had. Meer dan de helft van hen ( 55 procent) had er zelfs zoveel last van dat ze maar helemaal met de medicijnen stopten. Nog eens 17 procent probeerde de bijwerkingen te verminderen door af en toe een dosis over te slaan.

Naast de bekende bijwerkingen, die al ontmoedigend genoeg zijn, zijn er enkele minder bekende risicoís verbonden aan het gebruik van een antidepressivum. Eťn daarvan is het serotoninesyndroom, waarvoor het Pharmaceutisch Weekblad in juni 2006 waarschuwde. 

 

 

Het serotoninesyndroom is een reactie op een te hoog serotoninegehalte in het bloed als gevolg van het gebruik van meerdere geneesmiddelen de serotoninespiegel doen stijgen. Waaronder: SSRIís, MAO-remmers, en tricyclische middelen (allemaal antidepressiva) alsmede sumatriptan (tegen migraine), metoclopramide (antibraakmiddel), tramadol en fenatanyl (pijnstillers), hoestmiddelen, sintjanskruid en ginseng. Ook drugs als xtc en lsd kunnen bijdragen aan een serotoninesyndroom.

 Het serotoninesyndroom is gevaarlijk omdat het heel snel optreedt, moeilijk is te herkennen en dodelijk kan zijn. De eerste symptomen zijn hartkloppingen, opgewondenheid, zweten en trillingen in de benen, mogelijk gevolgd door verhoging van de lichaamstemperatuur, delirium, spiertrekkingen, en totale ontregeling van de stofwisseling. In 79 procent van de gevallen van het serotoninesyndroom gaat het om vrouwen. Het komt waarschijnlijk meer bij vrouwen voor omdat die vaker medicijnen tegen migraine en misselijkheid combineren met een antidepressivum of pijnstiller.

Een ander minder bekend risico van antidepressiva is de invloed op het ongeboren kind. In het Geneesmiddelenbulletin van juni 2007 valt te lezen:ďVan geen enkel antidepressivum is bewezen dat het veilig kan worden gebruikt tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding. Integendeel zelfs. Er is een verband gevonden tussen het gebruik van SSRIís na de twintigste zwangerschapsweek en persisterende pulmonale hypertensie, oftewel blijvende hoge druk in de longvaten van de baby. Ook is er een relatie tussen het gebruik van SSRIís laat in de zwangerschap en het optreden van epileptische insulten en ontwenningsverschijnselen bij de pasgeborene. Van paroxetine (Seroxat) is inmiddels bekend dat het een licht verhoogd risico geeft op aangeboren afwijkingen bij het kind.

Weg dus met die Prozac of Seroxat of andere middelen om de stemming te verbeteren. Als het kan natuurlijk, en dat is iets om samen met de behandelend arts te bepalen. PatiŽnten met zeer ernstige depressies lijken wel baat te hebben bij medicijnen en moeten daarom goed de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen. Maar mensen die zich voortdurend enigszins somber, duf, bangig of bedrukt voelen, zouden serieus alternatieven die wťl goed werken kunnen overwegen. 

Aandacht krijgen helpt, dus praat over je problemen met mensen die je kunt vertrouwen of met een therapeut. Bewegen helpt, dus ga er elke dag op uit voor een wandel of fietstocht. Gezond slapen helpt, dus hou een strak dag- en nachtschema aan, eet goed en drink geen alcohol of cafeÔne, Stressreductie helpt, dus neem als dat nodig is, de vervelende oorzaak of aanleiding voor de depressie weg. Geduld helpt, dus hou er rekening mee dat depressies vaak  vanzelf overgaan.